Als je kind op de basisschool zit, hoop je dat het slapen zonder problemen gaat. Maar vaak steken angsten dan de kop op, en wordt het in slaap vallen nog moeilijker. Monsters onder het bed, inbrekers die binnen kunnen komen of een schaduw op de muur: het slapen van je kind is één grote uitdaging. Wat is er aan de hand en belangrijker nog: wat kan je eraan doen?
Angst is geen keuze. Hoe we ermee omgaan wel.
Dit is heel belangrijk om eerst te benoemen: wanneer een kind zegt ‘Ik ben bang’, zijn ze niet dramatisch of aandacht aan het vragen vragen. Ze vertellen je hun waarheid en over hun gevoel.
Angst woont in de amygdala, het alarmcentrum van de hersenen. Het is oud, snel en non-verbaal. De taak ervan is niet om te analyseren – maar om te reageren.
Bij kinderen is dit systeem extra gevoelig. Dat is een voordeel, geen fout! Kinderen hebben nog niet de ervaringen of hersenontwikkeling om angst te overwinnen met logica. Die vaardigheid hangt af van de prefrontale cortex, die pas geleidelijk ontwikkelt richting de adolescentie en zelfs tot in de volwassenheid.
Dus wanneer we reageren met logica – ‘Er is niets om bang voor te zijn’– communiceren we met een deel van hun hersenen dat ons simpelweg nog niet kan horen.
Dat is niet geruststellend voor ze. Het kan zelfs meer angst opwekken.
Waarom dwingen niet werkt… en vermijden ook niet
Wanneer we een kind te hard pushen – ‘Doe gewoon, je redt het wel!’ – zorg je ervoor dat de angstreactie juist versterkt wordt.
Als je als ouder je kind dwingt om iets te doen waarvan zíj zeker weten dat het onveilig is, gooi je olie op het vuur. Ze hebben je nodig als iemand die hen gelooft en helpt hun angsten te overwinnen.
Vooral hooggevoelige kinderen reageren door nog meer in paniek te raken. Een simpel voorbeeld van een glijbaan in het zwembad: Wat eerst ‘ik wil niet van de grote glijbaan’ was, wordt ‘ik hou niet van zwemmen’ of ‘ik wil helemaal niet naar het zwembad’.
Aan de andere kant – en da’s dus zo lastig – kan vermijding ook averechts werken. Wanneer we constant redden of moeite doen om ongemak te voorkomen, wordt de wereld van het kind kleiner.
Het doel is niet om je kind te pushen of juist voor alles te beschermen. Het is om te begeleiden.
Wat onderzoek laat zien: 5 stappen om angst aan te pakken
Stap 1: Bevestig het gevoel, niet de angst
In plaats van: “Er is niets om bang voor te zijn.”
Zeg: “Het voelt eng, hè? Dat zijn je hersenen die proberen je veilig te houden.”
Door het gevoel te bevestigen verminder je de innerlijke schaamte van je kind en kalmeer je de stressreactie – wat de voorwaarden schept voor leren.
Stap 2: Benoem wat voorspelbaar is
Angst gedijt vaak in het onbekende. Maak het mysterie kleiner! Geef je kind een duidelijke mentale kaart van wat er komt. Stap voor stap.
In plaats van: “Je redt het wel.”
Zeg: “Je loopt naar de bovenkant van de glijbaan, gaat op je billen zitten en glijdt naar beneden. Ik kan eerst gaan en mama staat beneden om je op te vangen!”
Of, in het geval van gaan slapen: “Je gaat eerst je tandenpoetsen en kruipt dan lekker in bed. Ik kom nog even bij je liggen en knuffelen. Als de lamp uitgaat, gaan we lekker slapen en morgenochtend zie ik je weer om samen te ontbijten.”
Stap 3: Verdeel het in hapklare brokken
Vooral voor hardnekkige angsten kan het overweldigend worden. Opgedeeld in delen wordt het beheersbaar. Slaapt je kind nu nog bij jou en wil je graag dat het in de eigen kamer gaat slapen?
Dan zou je dit kunnen doen:
Dag 1 tot en met 5:
- “Laten we vandaag alleen maar in je bed een boekje lezen. Je hoeft er nog niet te gaan slapen.”
Dat 5 tot en met 10
- “Laten we in je bed in slaap vallen, ik blijf erbij tot je slaapt. Als je ’s nachts wakker wordt, kom je naar onze kamer”
Dag 10 tot en met 15:
- “Ga maar lekker in bed liggen, ik kom zo even een knuffel geven en met je kletsen. Daarna ga ik weer even naar de badkamer/zolder/broertje.”
Elk klein succes bouwt eigenwaarde, vertrouwen en hertraint de amygdala om die specifieke trigger te negeren: naar bed gaan wordt zo steeds minder spannend.
Stap 4: Reguleer samen in het moment
Wanneer angst piekt, schakelt het denkende brein van je kind uit. Je kunt ze er niet uitpraten, maar je kunt ze er doorheen begeleiden.
“Ik ben hier. Je bent veilig. Adem met me mee.”
Gebruik oogcontact, toon van stem en fysieke aanwezigheid om hun zenuwstelsel het signaal te geven dat er geen echt gevaar is. In het boek en de training ‘Slapen Zonder Strijd’ geef ik je allerlei spelletjes en activiteiten hoe je kan co-reguleren en samen kan ontspannen.
Jouw kalmte wordt hun aanwijzing.
Stap 5: Vier het proberen, niet alleen het slagen
Het doel is niet om “erover heen te komen”. Het doel is om morgen weer te proberen.
Ik herinner mijn kinderen er elke dag aan: nieuwe dingen zijn moeilijk en je kunt alleen dapper zijn als je bang bent.
Het prijzen van moed, in plaats van resultaten, versterkt doorzettingsvermogen en emotionele veerkracht. Daar hebben ze veel meer aan dan nu iets doorzetten uit angst om te falen (wat bijzonder ironisch is, als je erover nadenkt).
Angst is niet het probleem
Alle kinderen voelen angst, net als wij volwassenen. Maar wanneer ze herhaaldelijk vermijden wat hen bang maakt, of zich beschaamd of onder druk gezet voelen om hun angst te negeren, wordt angst een regel in hun leven, niet slechts een gevoel dat af en toe de kop op steekt.
Wat ze nodig hebben is niet gered of afgehard te worden. Ze hebben oefening, steun en geloof nodig:
- Dat ze bang kunnen zijn… en toch dapper kunnen zijn!
- Dat angst onderdeel is van mens zijn, en moed om het onder ogen te zien ook!
Ga je hier als volwassene nu kalm en ontspannen mee om… dan leer je je kind een vaardigheid waar ze hun hele leven lang op kunnen voortbouwen.
Wil je daar hulp bij? In de online training + het fysieke boek ‘Slapen Zonder Strijd’ leer je allerlei technieken om je kind te helpen minder angstig te zijn, meer te ontspannen én om beter te gaan slapen. Je leest alles over deze unieke training en boek op deze pagina >>>

Geef een reactie